Lode Zielens schreef in 1932 het prijswinnend boek "Moeder, waarom leven wij?" De inspiratie voor de titel van dit stukje komt duidelijk van hem. Zielens groeide op in een arme buurt en overleefde de crisisjaren van het interbellum, totdat een V2 bom hem uiteindelijk op jonge leeftijd fataal werd. Hij kreeg een literatuurprijs voor zijn weergave van de harde werkelijkheid van armoed.

Elke rechtgeaarde student in (toegepaste) economische wetenschappen weet dat de hoogste concentratie van rijkdom (in een financiële zin dan) zich nochtans zou bevinden in de driehoek tussen Londen-Parijs-Amsterdam. En wij hebben een stapel redenen om tevreden te zijn in Vlaanderen. Dat mag ook even gezegd. Mensen die klagen over het gebrek aan keuze tussen 400 soorten kaas kunnen wellicht op ieders gestel werken.

Helaas verarmen we wel degelijk. In financiële zin en wellicht ook in een andere zin, maar daarover kunnen andere en geschiktere mensen zich uitspreken. De financiële verarming is zichtbaar, en toegegeven, niet alleen in Vlaanderen, maar wereldwijd. Waarom duiken er overal rapporten op over de kloof tussen rijk en arm ? Overheden wereldwijd proberen de kloof naar eigen zeggen dicht te rijden. Vele organisaties zetten zich in en vinden wellicht dat het ''dwijlen is met de kraan open". In wat volgt geef ik aan wat de directe oorzaken hiervan zijn op een mathematische basis. Andere oorzaken van verarming sluit ik niet uit. In wat volgt zal ik met eenvoudige logica en verstaanbare wiskunde duidelijk maken wat ik bedoel, zodat iedereen - en niet alleen specialisten- kunnen volgen. Bijgevolg is mijn uiteenzetting wellicht wat kort door de bocht voor de wetenschapper, maar hopelijk niet slaapverwekkend of irritant voor de gewone mens.

Wat is er fout?

Beeldt u even in dat u een landbouwer bent en dat u aan een nieuwe tractor toe bent. De tractor die u wil gaat per definitie 5 jaar mee, zo is hij ontworpen. Elk jaar bewerkt u uw land en elk jaar geeft uw tractor u dus een opbrengst van pakweg 2.500. De tractor brengt dus in totaal over 5 jaar 12.500 op. Als de tractor bij aanschaf 10.000 kost, dan heeft u de tractor in het vierde jaar terugverdiend. In het vijfde jaar houdt u wat extra over en heeft u een opbrengst op uw geinvesteerde middelen van 7,93%. (1)

Uw buurman is ook landbouwer en heeft ook dezelfde tractor gekocht. Maar toch is er een groot verschil. Zijn kosten werden verminderd door een rentevoet verlaging van de Centrale Bank. Met dezelfde tractor en hetzelfde land en met dezelfde oogst opbrengst heeft hij minder kosten. De tractor gaat nog steeds evenlang mee: 5 jaar en het land brengt niet meer op dan vroeger. Maar door de lagere financieringskost heeft hij een grotere marge. Het resultaat is echter niet dat de buurman rijker wordt. Hij verkoopt zijn opbrengst tegen dezelfde prijzen als u. In vergelijking met uw buurman bent u in een nadeel gebracht door de ingreep van een renteverlaging waarop u geen greep heeft. Uw buurman heeft echter geen reden om te lachen. Hij heeft ook een andere buurman en de Centrale Bank kondigde zonet nog een renteverlaging aan...

Het punt van het verhaal is dat niemand beter wordt van aanhoudende renteverlagingen. De middelen die mensen geïnvesteerd hebben, worden meedogenloos gemarginaliseerd en langzaam buiten werking gesteld. De eersten zijn tegen een te hoge kostprijs gefinancieerd vergeleken met de laatsten. Iedere investeerder ziet op zijn beurt lijdzaam toe hoe zijn geïnvesteerde middelen minder concurrerend worden gemaakt dan wat ze hadden kunnen zijn.

Hetzelfde geld voor werkgevers:

Op een geïnvesteerd kapitaal van 1.000.000 verdient men jaarlijks 50.000 ofwel 5%. Bij een aangekondigde rentedaling naar 2,5% is de opbrengst van 1.000.000 middelen nog 25.000. Ofwel verliest er iemand zijn baan, ofwel verdienen alle partijen minder (niet alleen de werknemers.)

Vaak werpt men tegen deze berekening allerlei bezwaren op. Soms denken mensen dat de eerste landbouwer overleeft, de tweede goed leeft en de derde rijk wordt. Dat is een fantasie en geen werkelijkheid. Wat er tussen fantasie en werkelijkheid komt te staan is het proces van prijsvorming. De prijs van een product of dienst wordt in werkelijkheid bepaald door de concurrentie (van de consumenten) en niet door de fabrikant.... De producent die minder kosten heeft kan aan een lagere prijs verkopen. (Ik maak abstractie van monopolies of kartels). De werkelijkheid is dat de derde landbouwer nog overleeft, de tweede landbouwer in moeilijkheden is en de eerste allang opgehouden heeft, hetzij vrijwillig, hetzij anderszinds. Alhoewel hun kosten niet onmiddellijk hoger werden, zijn hun marges wel degelijk uitgehold door de aanhoudende renteverlagingen.

De conclusie is dat men niet met wiskunde -en nog minder met de werkelijkheid- kan worstelen zonder te verliezen. Ook met de centrale bank kan men niet worstelen zonder te verliezen. Wie niet akkoord is met deze analyse, moet de volgende vraag beantwoorden: hoe is het mogelijk dat wij verarmen, terwijl er toch zoveel ''geld'' wordt gecreëerd ? De traditionele economische wetenschap biedt hier geen uitkomst omdat in hun ogen prijsvorming een functie is van het welgekende, maar nogal simplistische ''vraag en aanbod'' verhaal. Vreemd hoe sommige verhalen een leven van hun eigen beginnen leiden. Een ideologie noemt dat dan. De traditionele economische wetenschap zit er vol van.

Een 35 jaar durende strijd (sinds 1980) met een dalende rente heeft - zonder dat de traditionele economische wetenschap dit erkent- geleid tot wat we allemaal kennen: bedrijven die vertrekken of sluiten. Leegstand en verlaten winkels in steden en winkelstraten. Bedrijven verhuizen naar Oost Europa of verder. Record aantal faillissementen en mensen die hun werk verliezen. Voor hen die nog rechtstaan en werken, valt een steeds groter wordende last te beurt, ze moeten immers een groeiende niet-werkende bevolking ondersteunen. En de werkzoekenden - die hebben er in de meeste gevallen geen schuld aan. Verarming en een hoop mensen die zich afvragen wat er toch gebeurd is. En om dit alles te bestrijden: nog een renteverlaging?

Lode Zielens die keek ernaar en zuchtte: "Moeder, waarom werken wij?"


(1) Actuariële (niet lineaire) NPV berekening over de levensduur van de tractor.
Tel hierbij het probleem van dalende koopkracht van en met de rekeneenheid die ook de geldeenheid is en de berekening wordt op zijn zachst gezegd verwarrend (eigenlijk zinloos vanwege de onstabiele (ongedefiniëerde) eenheden.) Het vervolg van dit artikel leest u kroniek van een aangekondigde revolutie